De Vereniging voor Bestuurskunde kent een oeuvreprijs. De prijs is vernoemd naar Laurens Pieter van de Spiegel. Deze burgemeester en later raadspensionaris was niet alleen bestuurder maar publiceerde in de 18de eeuw ook ‘Brieven met lessen’ over besturen en een ‘Schets der regeerkunde’. Praktijk en onderzoek kwamen zo samen. Regeerkunde was toen wat nu bestuurskunde heet. De Vereniging voor Bestuurskunde streeft die verbinding tussen onderzoek en praktijk ook al decennialang na. Het is daarom een van de criteria waaraan de kwaliteit van het oeuvre wordt afgemeten. De oeuvreprijs wordt eens per drie jaar als eerbetoon toegekend aan een persoon die zich door grensverleggende publicaties in de vorm van een oeuvre op het vlak van overheidsbestuur zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de wetenschap en praktijk.

De Vereniging voor Bestuurskunde heeft de zesde Laurens Pieter van de Spiegel-prijs, op voordracht van de jury toegekend aan prof.dr. M.A.P. (Mark) Bovens.

De jury heeft de gezochte laureaat gevonden. Hij is – geboren in 1957 - één van de jongsten op de short list met vijftien kandidaten. Mark Bovens spreekt drie maal een oratie uit bij de aanvaarding van een leerstoel. Eenmaal als politiek filosoof (over de borging van burgerrechten in de digitale samenleving, UU, 1998). Eenmaal als bestuurskundige (over de macht van het ambtelijk apparaat, UU, 2000). Eenmaal als beleidssocioloog (over de betekenis van de voltooide opleiding voor levensomstandigheden en politieke opvattingen van burgers, EUR, 2012). Hiermee legt hij een multidisciplinariteit en veelzijdigheid aan de dag die ook kan worden aangetroffen in zijn vele andere publicaties. Op basis van een uitstekende beheersing van de literatuur combineert Mark Bovens normatieve doctrines met gedragswetenschappelijke theorievorming en met empirische gegevens. De empirische onderbouwing wordt niet alleen gevonden in helder beschreven casuïstiek maar ook in systematisch survey-onderzoek waarin beweringen worden getoetst.

Al vroeg in zijn loopbaan slaagt Bovens erin zijn belangrijkste inzichten zowel in zijn moedertaal als internationaal in toonaangevende tijdschriften en bij vooraanstaande uitgevers te publiceren. Daarnaast levert hij via rapporten van de WRR, het Nederlands Juristen BladBeleid en Maatschappij en andere intermediairen voortdurend een bijdrage aan het maatschappelijk debat: over de bescherming van klokkenluiders, het groeiend belang van horizontaal toezicht, de mate waarin digitalisering vanzelfsprekende burgerrechten en ambtelijke routines ondermijnt, en over een maatschappelijke tweedeling.

Ondertussen ontwikkelt Bovens zich internationaal tot een autoriteit op het gebied van verantwoording en controle in complexe organisaties. Zo levert Bovens belangrijke bijdragen over het leerstuk Accountability in internationale Handboeken.

Eén van de wegen waarlangs de academische bestuurskunde vanouds een bijdrage levert aan de bestuurspraktijk, is het opleiden van aanstormende generaties bestuurskundigen. Hier heeft Mark Bovens (met anderen) een belangrijke bijdrage geleverd. Te noemen zijn: de diverse drukken van het veel geraadpleegde leerboek ‘Openbaar Bestuur’ (in 2017, negende druk) waarin hij schrijft over bureaucratie, politiek-ambtelijke verhoudingen en rechtstaat; zijn rol bij de oprichting van de succesvolle en bij visitaties uitstekend beoordeelde Utrechtse opleiding bestuurskunde en de waardering die zijn promovendi bij herhaling uitspreken over zijn begeleiding van hun onderzoek.

Dat Mark Bovens betrokken is bij het wel en wee van de Nederlandse samenleving blijkt uit zijn verlengde lidmaatschap van de WRR, de vele inleidingen die hij in den lande houdt, en de inhoud van de onderwerpen die hij daarbij aansnijdt, zoals: de afnemende politieke steun voor de traditionele bestuurderspartijen en de toenemende verscheidenheid van de Nederlandse samenleving, uitgesplitst naar land van herkomst. Het oeuvre van Mark Bovens werkt door in de bestuurspraktijk. Zijn huidige positie als lid van de WRR zorgt dat ook zijn toekomstige onderzoek een kans heeft de beleidsagenda te beïnvloeden.

De jury bestond dit jaar uit de hoogleraren prof.dr. A. (Arno) Korsten (Maastricht University), prof.dr. N.M. (Nicolette) van Gestel (Tilburg University) en prof.dr. M. (Michiel) Herweijer (Radboud Universiteit, juryvoorzitter).

s2Member®