Juryrapport van de H.A. BraszScriptieprijs 2025
De Brasz-scriptieprijs wordt elk jaar uitgereikt aan de beste scriptie van een masteropleiding Bestuurskunde aan een Nederlandse universiteit uit het voorgaande kalenderjaar. Om te bepalen wie de winnaar van deze prijs wordt, heeft de Vereniging voor Bestuurskunde een jury ingesteld.
De jury werd dit jaar voorgezeten door Koen Migchelbrink (Erasmus Universiteit Rotterdam) en bestond verder uit leden van tien andere universiteiten : Rik de Ruiter (Universiteit Leiden), Joyce Kooijman (Technische Universiteit Delft), Duco Bannink (Vrije Universiteit Amsterdam), Francesca Colli (Universiteit Maastricht), Martin Rosema (Universiteit Twente), Bart Voorn en Gijs Jan Brandsma (Radboud Universiteit Nijmegen), Nicole Hoogstra (Rijksuniversiteit Groningen), Sam Muller (Universiteit Utrecht) Wieke Pot (Wageningen University) en Take Sipma (Tilburg University).
De jury heeft dit jaar 21 nominaties ontvangen, afkomstig van tien van de aangeschreven universiteiten. We zien veel variatie in de lengte van scripties, gaande van beknopte stukken in (bijna) artikelvorm tot scripties van meer dan honderdvijftig pagina’s. Alle scripties zijn afgerond in 2025.
De lat ligt hoog: een scriptie moet met ten minste een 8,5 beoordeeld zijn om te kunnen worden genomineerd. De jury heeft de genomineerde scripties in twee ronden beoordeeld. In de eerste ronde is elke scriptie door twee juryleden beoordeeld. Op basis daarvan is een shortlist samengesteld met dit jaar vier scripties. Deze zijn vervolgens door alle juryleden beoordeeld aan de hand van diverse kwaliteitscriteria.
De criteria zijn: behandelt de scriptie een voor de bestuurskunde relevant onderwerp, is de probleemstelling origineel en helder, en is er sprake van een multidisciplinaire aanpak, een deugdelijke argumentatie en correct gebruik van theoretische inzichten? Daarnaast moet de methodologische kwaliteit, waaronder controleerbaarheid van dataverzameling en data-analyse, uitstekend zijn. En uiteraard moet aan het einde de probleemstelling worden beantwoord, waarbij er kritisch gereflecteerd wordt op het onderzoek. Tot slot: de scriptie moet voldoen aan eisen van leesbaarheid en correct taalgebruik.
De jury was positief verrast door de hoge kwaliteit en diepgang van de 21 scripties op de longlist. Tegelijkertijd viel het op dat de vertaling van onderzoeksresultaten naar bredere theoretische implicaties een uitdaging blijft. Vier scripties gingen door naar de shortlist. De vier shortlistscripties vielen op door hun methodologische grondigheid, maatschappelijke relevantie en actualiteit. Daarmee gaan ze verder dan wat doorgaans van een bestuurskundige scriptie wordt verwacht.
Dit jaar was de jury in het bijzonder onder de indruk van de kwaliteit van de verzamelde empirische gegevens. In een tijd waarin kunstmatige intelligentie een steeds grotere rol speelt in wetenschappelijk onderzoek, onderscheiden excellente scripties zich door de kwaliteit van de empirische data. Scripties die zowel maatschappelijk relevant als actueel zijn, hebben daarbij vaak een streepje voor. Tegelijkertijd constateert de jury dat uitstekende scripties in staat zijn theorie en empirisch onderzoek op doeltreffende wijze met elkaar te verbinden en de wetenschappelijke relevantie van het onderzoek overtuigend te presenteren.
Zoals gezegd: we ontvingen veel goede scripties, waarvan er vier de shortlist haalden. In alfabetische volgorde: Hasret Can (Vrije Universiteit), Odile Feltkamp (Universiteit Maastricht), Kaat Lageman (Universiteit Leiden) en Jannes Paas (Rijksuniversiteit Groningen).
Alle scripties op de shortlist blonken op hun eigen manier uit. Toch sprong er een scriptie uit. Deze scriptie behandelt een wetenschappelijk en maatschappelijk uiterst relevant en actueel onderwerp, heeft een solide methodologische benadering en is bijzonder helder en toegankelijk geschreven.
De winnaar van de H.A. Brasz-scriptieprijs van de Vereniging voor Bestuurskunde 2025 is Hasret Can voor zijn scriptie “Ambtelijke publieke tegenspraak. Een onderzoek naar de rechtvaardigingen en gevolgen van publieke tegenspraak tegen het Nederlandse Gaza-beleid”. Hij is afgestudeerd aan de Vrije Universiteit en werd begeleid door Sinan Çankaya.
Can onderzocht ambtelijke tegenspraak en de rechtvaardiging daarvan door Rijksambtenaren ten aanzien van het Nederlandse Gaza-beleid. Hij stelt dat ambtelijke tegenspraak sinds 2023 in toenemende mate publiekelijk wordt geuit, bijvoorbeeld door wekelijkse lunchpauzeprotesten of via LinkedIn-berichten. Op basis van semigestructureerde interviews met veertien rijksambtenaren van verschillende ministeries laat hij zien dat ambtenaren hun publieke tegenspraak doorgaans rechtvaardigen vanuit hun expertise en hun trouw aan rechtsstatelijke normen en de ambtseed, in plaats van op basis van persoonlijke overtuigingen of politieke voorkeuren. De resultaten van zijn onderzoek wijzen uit dat tegenspraak vaak wordt gepresenteerd als een morele verplichting, vooral wanneer interne ruimte voor tegenspraak ontbreekt of als deze als ineffectief wordt ervaren. Ten slotte toont zijn onderzoek aan dat de gevolgen van publieke tegenspraak variëren van steun en solidariteit tot isolatie en onzekerheid door collega’s, evenals een passieve houding ten opzichte van tegenspraak door de organisatie.

