Herinneringen door Paul Frissen en Uri Rosenthal

Arthur Docters van Leeuwen is in de nacht van 14 augustus 2020 overleden.

Arthur – lid van verdienste van onze vereniging – was van 1988 tot 1995 voorzitter van de Vereniging voor Bestuurskunde. Daarna nam hij viermaal zitting in de jury van de Van de Spiegelprijs (2004-2007-2010-2013).

Arthur Docters van Leeuwen was een even loyale als autonome dienaar van de publieke zaak. Hij was een oorspronkelijk denker die zijn grote kwaliteiten in dienst stelde van de instituties van de democratische rechtsstaat. Dat deed hij met een niet aflatende Zivilcourage. Als hoofd van de BVD werd hij voorzitter van onze vereniging. Onze internationale collega’s waren licht verbijsterd dat een ‘spionnenbaas’ dat kon, mocht en wilde doen. Dat tekende niet alleen Arthur, maar ook het Nederlandse openbaar bestuur.

In vele opzichten belichaamde hij het motto van de VB – brug tussen theorie en praktijk. Als dienaar van de staat droeg hij met grote eruditie bij aan intellectuele verdieping van en reflectie op het handelen van die staat. De wetenschap hield hij voor dat niets zo praktisch is als een goede theorie. Liever een splijtend en vernieuwend concept dan een triviale beleidsaanbeveling – dat verwachtte hij van onze discipline.

Zijn voorzitterschap markeerde een periode van stevige veranderingen in de vereniging. De wat gezapige sfeer, zo treffend gesymboliseerd door het jaarcongres en de plichtmatige jaarvergadering in Lunteren, moest eruit. Congressen moesten spannender, locaties meer in overeenstemming met de stijl van een vereniging van hoogwaardige professionals, leden inhoudelijk aan zet in de programmering, prijsuitreikingen passend bij het prestige van de prijs. Natuurlijk mocht de contributie omhoog. Zoals steeds in zijn loopbaan wist hij het gevoel van een gideonsbende te creëren. Onvergetelijk was een van zijn congrestoespraken waarin hij aan de hand van gedichten van Annie M.G. Schmidt – voor hem toen al de dichter des vaderlands – de vormgeving van de staat behandelde.

Typerend voor zijn befaamde, bij sommigen beruchte daadkracht, was zijn mededeling dat bij een echte Vereniging voor Bestuurskunde een eigen blad hoorde. Geen gepalaver over toch al moeizaam draaiende vakbladen, geen gezeur over waar goede kopij vandaan moest komen: 'Dan schrijven wij het gewoon op!' Het blad kwam er dus, zonder franje: Bestuurskunde. Hij keek er na zijn aftreden voldaan op terug.

Ook internationaal droeg Arthur bij aan de reputatie van de Nederlandse bestuurskunde en de vereniging door de lobby voor een eerste EGPA-congres op Nederlandse bodem. Dat lukte en het congres, in 1991 in Den Haag, was een groot succes, niet alleen door gesponsord internationaal vergelijkend onderzoek en publicaties over het thema (Informatisering in het Openbaar Bestuur), maar ook door hoogwaardige culturele activiteiten. 

Arthur heeft, zoals in al zijn activiteiten, voor de vereniging een onuitwisbare indruk nagelaten. Ons vak kende en kent in hem een voortreffelijke representant van wat de bestuurskunde kan betekenen: scherpzinnige vragen stellen over nut en noodzaak van overheidshandelen, gefundeerd in de overtuiging dat een hoogwaardige publieke sector van onmetelijk belang is voor de kwaliteit van een samenleving en haar burgers. 

Graag had hij aan het eind van zijn loopbaan nog de wetenschappelijke proeve van een promotie willen afleggen. Zijn eigen loopbaan zou de empirie leveren, de vormgeving van publieke instituties het theoretisch perspectief. Zijn fysieke gezondheid bleek – zoals vaker – daarvoor toch een te grote hindernis te vormen, hoewel hij een indrukwekkende hoeveelheid materiaal al had verzameld.

We zullen zijn wijsheid, zijn non-conformisme en zijn onafhankelijkheid missen, maar troost vinden in de herinnering aan zijn scherpzinnigheid, bijzondere humor en warme vriendschap.

s2Member®