Altijd komt het bericht van overlijden met groot verdriet. Ig Snellen was al geruime tijd ziek. Zijn familie laat ons weten dat de droefenis vergezeld gaat van berusting: het is goed zo.

Met Ig Snellen gaat een wetenschapper heen die voor veel bestuurskundigen grote betekenis heeft: als docent, als onderzoeker, als promotor.

Zijn wetenschappelijk carrière start Snellen als bijzonder hoogleraar op het terrein van de planningstheorie bij de vakgroep bestuurskunde van het Instituut voor Politicologie van de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Een leerstoel die paste bij zijn proefschrift over benaderingen van strategische beleidsvorming. Plan matig planmatig luidde de titel van zijn oratie (1984) die heel goed paste bij het toenmalige onderzoeksprogramma dat gericht was op het in kaart brengen van de grenzen van overheidssturing.

In 1985 haalt Ernst Hirsch Ballin hem naar Tilburg. De opdracht: een juridische bestuurskunde-opleiding vormgeven en onderzoek doen naar automatisering bij de overheid, zoals dat toen heette. In alle bescheidenheid, maar zeer gedreven heeft hij vorm gegeven aan een groot onderzoeksprogramma over ‘informatisering in het openbaar bestuur’. Al in de tweede helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw zag hij de revolutionaire betekenis van informatie- en communicatietechnologie voor samenleving, staat en politiek. Wie de fundamentele vragen die hij met talloze onderzoekers die hij inspireerde, waaraan hij leiding gaf en die in zijn voetsporen traden nu nog eens naleest zal kunnen vaststellen dat vele van deze vragen nog steeds van de grootste urgentie en relevantie zijn. We merken daarbij op dat de antwoorden van nu – met grote woorden over disruptie, big data, singularity en transities er bepaald niet intelligenter op geworden zijn. Dat heeft veel te maken met het feit dat Ig Snellen het denken over informatisering altijd heeft weten in te bedden in de bestuurskundige discipline en te verbinden met andere disciplines: recht, politicologie, bedrijfskunde.

Zijn Tilburgse oratie – Boeiend en geboeid (1987) – mag gerust een bestuurskundige klassieker worden genoemd. Daarin formuleert Snellen zeer overtuigend een meervoudig perspectief op beleid en bestuur. Hoewel hij daar later afscheid van neemt, valt hier in zekere zin een postmodernistisch verhaal te lezen. De vier rationaliteiten zijn niet tot elkaar herleidbaar, hebben geen hiërarchische verhouding, en maken van het openbaar bestuur een constructivistische werkelijkheid waarin macht, schaarste, doelgerichtheid en rechtmatigheid opportunistisch om voorrang strijden. Daarin toonde Ig Snellen zich ook weer de politicoloog met een verleden in het bedrijfsleven en een verblijf onder juristen. Werelden die hem alle hebben gevormd.

Zijn derde hoogleraarschap was Rotterdams. Zijn benoeming daar was onderdeel van een voor die tijd ongekende en omvangrijke transfer: een belangrijk deel van zijn medewerkers ging mee. Met de ‘achterblijvers’ bleef hij in een gezamenlijk Tilburgs-Rotterdams onderzoeksprogramma verbonden. Het werd een zeer vruchtbare samenwerking met vele publicaties en mooie proefschriften (met Van Poelje prijzen bekroond). Daarbij toonde Ig Snellen zich een promotor die zeer goed ruimte wist te bieden maar ook kon stimuleren tot verdieping en zelf zeer open stond om te leren van deze promotietrajecten. Ook wist hij op verschillende manieren een koppeling te maken tussen het wetenschappelijk onderzoek en de bestuurlijke praktijk. Voorbeelden daarvan zijn zijn werk in de Commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk en het voorzitterschap van de adviescommissie die zich boog over de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens. Ig pleitte voor het digitale kluisje en ook daarin toonde hij zich visionair.

In 1998 gaat Ig Snellen met emeritaat. Zijn afscheidsrede is bepaald verrassend. Hij lijkt grondig afscheid te nemen van twee intellectuele stromingen die hij aanvankelijk een warm hart toedroeg: autopoeise en postmodernisme. Hij benadrukt dat substantiële waardenoriëntaties meer nadruk moeten krijgen en lijkt daarmee vooruit te wijzen naar de nadruk op public value die in de jaren daarna in de Nederlandse bestuurskunde ontstaat. De kritiek wordt enigszins tandenknarsend aangehoord. De grote waardering voor Snellens intellectuele kwaliteiten blijft overheersen.

Met pensioen gaan was iets waarin Ig Snellen niet geloofde. Het denken ging gewoon verder: 65 jaar of niet. Vandaar dat hij jarenlang bijna elke dag ‘naar zijn werk’ ging. Wat hem betreft bleef alles bij het oude. Hij bleef publiceren. Hij bracht nog twee startende aio’s tot de finish.  Ook in die periode zette hij voort wat hij gedurende zijn hele loopbaan heeft aangemoedigd: de internationale oriëntatie en samenwerking. Zonder de blik van Nederland en zijn openbaar bestuur af te wenden, heeft Ig Snellen altijd naar de wereld gekeken. Hij begon een internationaal tijdschrift, een internationale boekenreeks, en was zeer actief in de EGPA, onder meer als voorzitter.

Gedurende de laatste jaren werd de reis naar de Erasmus Universiteit steeds moeizamer. Het tempo werd teruggeschroefd naar de maandag. Jarenlang nog gaf Ig Snellen op maandag acte de présence en participeerde hij in allerlei onderzoeksbijeenkomsten.  Hij hield van het debat en de reflectie, het liefst op scherpst van de snede. Tot dan ook hier, sluipenderwijs, een einde aan kwam.

Een fraaie bekroning was dat hij op 28 februari 2013 de Van de Spiegelprijs kreeg voor zijn verdiensten voor de bestuurskunde – samen met Andries Hoogerwerf, de collega die hij bewonderde, met wie hij samenwerkte in een tijdschrift en die hij zeer regelmatig fundamenteel, maar vriendelijk kritiseerde. Het juryrapport vermeldt onder meer: “Ig Snellen is iemand die niet alleen bruggen bouwt tussen theorie en praktijk van openbaar bestuur. Hij bouwt ze ook tussen disciplines. Dat vanuit het besef dat ons kenobject vraagt om een multi- of trans-disciplinaire benadering. En ook op grond van het gegeven dat innovatief denken met een dergelijke benadering wordt gediend.”

Ig Snellen is door zijn ziekte langzaam uit het intellectuele bestaan weggegleden. Daarom deze woorden ter herinnering aan een van de inspirerende leermeesters uit ons vakgebied. Ook in het belang van ons vakgebied – dat bestuurskundigen blijvend mogen werken aan het bouwen van bruggen, het overschrijden van grenzen, en aan innovatie.

 

Prof.dr Paul Frissen (UvT en NSOB, voormalig lid bestuur VB),
prof.dr Victor Bekkers (EUR, voormalig VB voorzitter), &
prof.dr Albert Meijer (UU, lid jury Van Poeljeprijs).

 

 

De afscheidsbijeenkomst is op donderdag 22 februari om 14.00 uur in de ceremonieruimte van Natuurbegraafplaats Schoorsveld, Somerenseweg 116, 5591 TN Heeze.
Iedereen die zich betrokken voelt is welkom.
s2Member®