Tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Parijs in 2015 zijn er afspraken gemaakt over de uitstoot van broeikasgassen om de opwarming van het klimaat te beperken. Onderdeel van deze afspraken is de transitie naar een duurzaam—maar economisch verantwoord—energiesysteem. Voor deze transitie zijn innovatieve energietechnieken nodig, zoals CO2 -afvang en –opslag technologie en het omzetten van biomassa in warmte en elektriciteit. Veel van deze innovaties gaan gepaard met een stevig publiek debat rondom thema’s zoals veiligheid en verantwoordelijkheid waarbij voor- en tegenstanders elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk.

In dit publieke energiedebat wordt regelmatig gebruik gemaakt van framing; het kleuren van informatie door een bepaald aspect van een onderwerp (e.g., besluit, beleid, techniek) te benadrukken. Zo kunnen voorstanders van CO2 –afvang en –opslag de technologie positioneren als een redder in nood. Namelijk, door toepassing van de technologie komt een groot deel van de CO2 die vrijkomt tijdens industriële processen niet in de atmosfeer terecht, waardoor op redelijk korte termijn klimaatdoelstellingen behaald kunnen worden. Daarentegen kunnen tegenstanders de techniek bestempelen als een dure, risicovolle oplossing waarbij CO2 onder de grond wordt “gedumpt” in plaats van in de lucht.

Framing kan de publieke opinie over energietechnieken beïnvloeden. Zo blijkt bijvoorbeeld dat mensen positiever over CO2 –afvang en –opslag denken als de voordelen van de techniek voor het klimaat benadrukt worden dan als de focus ligt op de mogelijke veiligheidsrisico’s. Vergelijkbare framing-effecten zijn gevonden met betrekking tot opinie over kernenergie en nanotechnologie (waarmee nieuwe manieren van afvang, opslag en transport van energie kunnen worden ontwikkeld). Of deze positieve framing-effecten lang van duur zijn, is (nog) niet bekend. De meeste onderzoekers meten de mening van mensen vlak na de presentatie van een frame. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat de effecten van framing op de lange termijn geen stand houden. Het is zelfs mogelijk dat er een boemerangeffect is; een negatieve opinie over een techniek die positief geframed is. Dit boemerangeffect kan met name optreden als mensen framing zien als manipulatie. Mensen houden er namelijk niet van om gemanipuleerd te worden. Zij zien manipulatie als een beperking van de vrijheid om zelf te kiezen hoe ze ergens over denken. Als reactie op deze beperking keren ze zich juist af tegen de boodschap en gaan ze het tegenovergestelde vinden. Dit fenomeen wordt ook wel reactance genoemd.

Dat mensen framing manipulatief vinden is onlangs gedemonstreerd in een experiment waarbij proefpersonen ofwel gekleurde informatie over CO2 –afvang en –opslag kregen (positief of negatief), ofwel ongekleurde, gebalanceerde informatie. De resultaten toonden allereerst aan dat zowel positief als negatief gekleurde informatie manipulatief wordt gevonden. Daarnaast werd ook duidelijk dat mensen deze vorm van manipulatie onacceptabel vinden als ze gebalanceerde informatie verwachten, bijvoorbeeld als de informatie afkomstig is van een neutraal-geachte instantie (zoals een persbureau, overheidsinstantie of wetenschappelijk instituut). Mensen vinden het ook manipulatief als een organisatie met een verwacht eigenbelang (zoals een energiemaatschappij of een actiegroep) communicatie over een energietechniek kleurt. Echter, ze vinden het in dit geval niet onacceptabel, omdat het framen van informatie door dergelijke organisaties in de lijn der verwachting ligt.

Kortom, framing kan de publieke opinie over energieprojecten beïnvloeden, maar of dat altijd in de gewenste richting is, is de vraag. Dat is de valkuil van framing in het energiedebat.

Referentie:

de Vries, G., Terwel, B. W., & Ellemers, N. (2015). Perceptions of manipulation and judgments of illegitimacy: Pitfalls in the use of emphasis framing when communicating about CO2 capture and storage. Environmental Communication (online access).

Over de auteur

Dr. Gerdien de Vries is universitair docent Organisation and Public Management aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management aan de Technische Universiteit Delft. Haar onderzoek richt zich met name op sociale beïnvloeding in het publieke domein. Door een combinatie van kwantitatief en kwalitatief  onderzoek brengt zij aan het licht hoe strategieën zoals framing en nudging de acties en percepties van actoren in multi-actor settings beïnvloeden.

s2Member®