In 2008 brachten de Amerikanen Thaler en Sunstein hun boek Nudge uit, waarmee ze de benutting van gedragsinzichten in de beleidsvorming populariseerden. Het duurde niet lang voordat het werk overwaaide naar Engeland en ook in Nederland mag je nudging gerust een beleidshype noemen.Die hype gaat inmiddels verder dan de geschetste toekomstvisies van de WRR, RMO en het RLI. Men is bij de ministeries namelijk echt aan de slag met gedragsinzichten. Naast dat elk departement zijn eigen gedragsexperiment op touw zet, is er nu ook het interdepartementale Behavioural In-sights Network NL (BIN NL), waarin opgebouwde kennis over gedragsbewust beleid maken onderling gedeeld wordt.

Een deftige naam, ‘BIN NL’, die niet zo maar uit de lucht komt vallen. De inspiratie komt van het Behavioural Insights Team (BIT) in Engeland, waar de laatste vijf jaar een jong en groeiend team in razend tempo allerlei nudges uittest met randomized control trials. Eén van hun succesverhalen is het gebruik van sociale normen in brieven aan belastingbetalers (“wist u dat uw buren wel op tijd betaald hebben?”). In Nederland zijn door het Team Gedragssturing bij de Belastingdienst gelijke trucs uitgehaald. En ook President Obama lijkt fan van het BIT UK model, gezien het Social and Behavioral Sciences Team (SBST) dat hij recent heeft opgetuigd.

In het verkennen van het ‘nudge-landschap’ kijken we graag naar zulke speciale eenheden in de westerse wereld. Het zijn de voorlopers van de gedragswetenschappelijke draai in beleid. Toch is die blik op het Westen onterecht, zo blijkt uit een recent rapport van Whitehead en collega’s Jones, Howell, Lilley en Pykett. In Nudging all over the world (2014) verkennen zij aan de hand van een systematische zoekmethode het vóórkomen van gedragsbewust beleid in 195 onafhankelijke staten en Taiwan, met als uitkomst dat nudging al veel wijdverspreider is dan men vaak denkt. In maar liefst 136 staten vonden ze beleidsprogramma’s waarin expliciet gedragsinzichten werden mee-genomen. In 51 gevallen ging het daarbij om centraal gecoördineerd beleid, zoals stan-daard donorregistratie of vooringevulde belastingaangiften. Zoals verwacht zijn West-Europa, Noord-Amerika en Australazië goed vertegenwoordigd en het Midden-Oosten, Oost-Europa en Zuid-Amerika juist niet. Opvallend is dat veel gedragsbewust beleid wordt gevormd in minder ontwikkelde landen. Sterker nog, gedragsinzichten spelen in veel Afrikaanse landen al decennia voor Nudge een cruciale rol in de strijd tegen HIV/aids, diarree en malaria (vraagstukken met een sterke gedragscomponent). De gedragspioniers uit het Westen zijn dus eigenlijk de Johnny-come-latelies.

Een belangwekkende observatie van Whitehead e.a. is dat de benutting van gedragsin-zichten teruggaat op een familie van wetenschappelijke vakgebieden en sturingstech-nieken. In Nudge ligt de focus op de gedragseconomie, maar ook sociale marketing en de sociale beïnvloedingstheorie behoren tot de familie. Naast default-setting, een nudge-klassieker, passen bijvoorbeeld ook peer-to-peer messaging en priming in het familieplaatje. Gedragsbewust beleid heeft dus behalve diepere, ook bredere wortels dan Nudge soms doet vermoeden.

De conclusie van Whitehead e.a. is mogelijk nog interessanter. Als het gaat om wie de gedragsinzichten benut, kijken we meestal automatisch naar de staat. Die kan ge-dragskennis inzetten om de burger beter te begrijpen en waar nodig bij te sturen met slimme interventies. Maar waarom denken we niet andersom? Whitehead e.a. zien vooral ook dat de burger geholpen is met gedragskennis. Het maakt hem meer bewust van de eigen emoties en gedachten, en het daaruit voortvloeiend gedrag. Niet alleen voelt hij daardoor beter aan hoe gedrag van medeburgers gedreven wordt door psychologische mechanismes, ook wapent hij zichzelf tegen de immense zee van beïnvloeding om hem heen. Zo vergroot gedragskennis het psychologisch kapitaal, aldus Whi-tehead e.a.

Kortom, er wordt op vele plekken flink gepionierd met gedragsbewust beleid. Zo ook in Nederland: we wachten in spanning af op de vruchten die de pilots van de minist-ries gaan afwerpen. Tegelijkertijd is de gedragswetenschappelijke draai al ver voor Nudge ingezet, en inmiddels een globaal fenomeen: van Afrika tot in Amerika. Het noopt tot bescheidenheid bij de ‘pioniers’. Maar ook zij kunnen opnieuw innoveren. Bijvoorbeeld door gedragskennis andersom te gebruiken, als bewapeningstrategie voor de burger. In de woorden van Whitehead e.a.: “Behaviour Change 2.0”.

Besproken werk:
Whitehead, M.J., Jones, R., Howell, R., Lilley, R. and Pykett, J. (2014) Nudging all over the world. Economic and Social Research Council (UK)

Over de auteur

Dr. Ronald van Steden, Universitair Hoofddocent Bestuurskunde, Vrije Universiteit r.van.steden@vu.nl

s2Member®