De recente mededeling van de minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur, dat de vorming van de Nationale politie meer geld en tijd gaat kosten, kwam nauwelijks meer als een verrassing. In de zomermaanden was al zo veel van de circulerend rapporten uitgelekt, dat het nieuws nauwelijks meer nieuws was.

Toch blijven de brief van Van der Steur van 31 augustus 2015 en de daarbij gevoegde stukken interessant leesvoer; onder meer de Herijkingsnota (Herijking realisatie van de nationale politie, 31 augustus 2015) en het Vierde onderzoek vorming nationale politie met als titel ‘Het verder in werking brengen van de basisteams’. Door de Volkskrant van 1 september wordt een en ander kort maar adequaat samengevat als: ‘Nationale politie, meer tijd, meer geld’.

Brief en bijlagen zijn om drie redenen interessant leesvoer. Allereerst natuurlijk omdat ze een beeld geven van wat er goed en niet goed gaat bij de vorming van de Nationale politie. Overigens vergt dat behoorlijke vaardigheid in tussen de regels door lezen en in het decoderen van heel veel verhullend ambtelijk jargon. Niet onbegrijpelijk, want de boodschap is ronduit pijnlijk, zij het dat Van der Steur’s realisme prijzenswaardig is.

Vervolgens zijn de stukken interessant omdat ze een prachtig voorbeeld zijn hoe een minister afstand kan nemen van zijn voorganger, zonder dat hardop te zeggen. Want afstand nemen moest. Opstelten heeft immers niet alleen een (te) snelle reorganisatie geforceerd. Politiek was dat misschien onvermijdelijk. Erger is dat hij die toch al te grote operatie ook nog eens belast heeft met de ambitie om alle problemen van politie en politiek (Tweede Kamer) in één keer op te lossen. Dat dat tot mislukken gedoemd was, behoeft geen betoog. Het wordt nu zelfs door V&J erkend.

Dat brengt me op een laatste opvallend element in de aan de Kamer geleverde stukken: het ontbreken van iedere verwijzing naar wetenschappelijke inbreng. De weinige verwijzingen in de stukken – bedenken die ambtenaren het echt allemaal zelf of hebben ze slecht geleerd te verwijzen naar hun bronnen? – zijn verwijzingen naar ambtelijke notities en eerdere Kamerstukken. Een naïeve, niet ingevoerde lezer zou welhaast de indruk krijgen dat de wetenschap in Nederland (en ver daar buiten) nog nooit iets geschreven heeft over verandering van het politiebestel; de kansen en risico’s die dat met zich mee pleegt te brengen.

De realiteit is natuurlijk een andere. Het ministerie van V&J is van meet af aan vooral op zichzelf en niet op de buitenwereld georiënteerd. En zeker niet op een kritische en dus als bedreigend ervaren wetenschappelijke wereld. Jammer, want zorgvuldig lezen van de departementale stukken leert dat men daar nog wel wat (bestuurs)wetenschappelijke kennis en ondersteuning kan gebruiken.

Over de auteur

Lex Cachet, Bestuurskunde, Eramus Universiteit Rotterdam

s2Member®