Ga direct naar: Inhoud


Op 6 december was er in Utrecht weer een studiebijeenkomst in het kader van het programma Leren voor Duurzame ontwikkeling. Ik was eigenlijk afgekomen op Frans Evers, maar werd het meest verrast door een andere spreker: raadsadviseur van AZ Annemieke Nijhof. Zij hield een uitstekend verhaal over de manier waarop duurzame ontwikkeling kan worden ingevoerd. De derde spreker, Frank Kalshoven van de Argumentenfabriek presenteerde de kijk van de econoom op duurzame ontwikkeling.
Een herkenbare stelling in dit gezelschap was dat duurzame ontwikkeling niet kan aanslaan zolang het voortdurend wordt geassocieerd met rampspoed en ellende in plaats van met kansen en zingeving. Welnu, volgens Annemieke Nijhof is de tijd rijp voor het laatste. Sinds de film Unconvenient Truth zien steeds meer bedrijven kansen in milieuproductie. En na het einde van het egotijdperk hunkeren mensen naar verbindende thema’s en constructieve uitdagingen. Zij noemde drie redenen waarom duurzaamheid vaak niet van de grond komt: 1. onbedoelde fouten en kortzichtigheid. Bijvoorbeeld wordt bij snelle ‘oplossingen’ als biobrandstof over het hoofd gezien hoeveel ruimte daarvoor nodig is en dat daar regenwoud voor wordt opgeofferd. 2. marktfalen doordat externe effecten niet worden verdisconteerd in de prijs. 3 ‘split incentives’ leiden ertoe dat beslissers en genieters niet dezelfden zijn. Voorbeeld: woningbouwprojecten worden ingericht door gemeenten en projectontwikkelaars, maar aan het eind van de keten wordt beknibbeld op duurzaam bouwen.
Nog voordat Kalshoven aan het woord was geweest herkennen we hier onmiskenbaar economische redeneringen. Alleen de remedie is in het betoog van Nijhof anders: het sleutelwoord is verbinden. Door dialoog, het gesprek in de samenleving moet volgens haar het zoeklicht van burgers en bedrijven worden gericht op rentmeesterschap en duurzaamheid. Het proces van agendavorming dus, de stiel van politici en media. Maar die zijn uiteindelijk slechts volgend. De maatschappij zet door het daar gevoerde discours de agenda. Daarbij is het volgens Nijhof in navolging van Peter Senge wezenlijk dat de ambities niet te laag worden gesteld. Het elastiek van de creatieve spanning moet stevig worden aangetrokken, zonder door onwaarachtigheid te knappen (-30% in 2020?). Het woord draagvlak dient te worden vervangen door stuwkracht, want dat geeft volgens Nijhof weer dat de samenleving leading is. De raadadviseur duurzame ontwikkeling vertelde over de uitgebreide Catshuissessie die het kabinet onlangs aan duurzame ontwikkeling had gewijd. Daar waren drie conclusies overeengekomen:
a. een zestal kabinetsbrede topprioriteiten met de rol van de Nederlandse samenleving en het bedrijfsleven daarin, waaronder energie, de eiwitketen, de aanpassing van onze delta aan de zeespiegelstijging;
b. de voorbeeldstellende rol van de overheid als launching customer en als marktregulator*); c. de dialoog over bepaalde ongerijmdheden aanlieren, zoals laatst Diederik Samson vraagtekens plaatste bij de nieuwste gadget, jacuzzi’s voor in de tuin.
Door haar erudiete en doorwrochte betoog maakte Annemieke Nijhof veel indruk. Ze maakte dat ik trots was rijksambtenaar te zijn.
De genoemde Frank Kalshoven zag vooral heil in de werking van de markt. Marktwerking moet volgens hem worden gestimuleerd door nieuwe schaarste te creëren (emissierechten), door zaken te beprijzen etc., maar zeker niet door kunstmatig te verwachte baten op te vijzelen en daarop overheidsinterventies af te stemmen, zoals hij vreesde van metaforen als het opspannen van het elastiek. Dat zou alleen maar tot hoge overheidsuitgaven en belastingen leiden. Ook Annemieke Nijhof had primaat gelegd bij de samenleving en hoge verwachting uitgesproken in ondernemers die hun creativiteit zouden inzetten voor nieuwe duurzame productie. Maar waar zij nog nadruk had gelegd op de perverse effecten van VBTB en New Public Management, dat niet overweg kan met onzekere toekomsten en ondernemend zoekgedrag, brak Kalshoven een lans voor voorzichtige kosten-batenanalyse als grondslag voor overheidsbeleid. Kalshoven waarschuwde voor grote verhalen, die geleid worden door zorgen en angsten in plaats van directe aantoonbare invloeds- en verbetermogelijkheden. Als je niet weet of de baten de kosten van een interventie overtreffen, zie er dan vanaf ook als het gaat om duurzaamheid, bepleit Kalshoven. Veel aanwezigen in de zaal waren wel zo door Kalshovens verhaal getroffen dat zij graag een hele bijeenkomst zouden willen wijden aan de economie van duurzame ontwikkeling.
Frans Evers, oud-DG van VROM en oud-voorzitter van Natuurmonumenten, maar nu vooral beroepsvoorzitter en –mediator bracht een derde invalshoek naar voren om het doorvoeren van duurzame ontwikkeling te bevorderen. Dat betreft de manier waarop wij plegen te onderhandelen en te overleggen. Wie denkt bij dit begrip niet aan opbieden en afdingen en dan ergens halverwege uitkomen? Dat is de armoedige wereld van compromissen, waarvan alle partijen eigenlijk slechter worden. Dit is ook de manier van onderhandelen die de meeste politici kennen (“inleveren”), bijvoorbeeld bij coalitiebesprekingen, totdat Wijffels dit doorbrak. Een betere werkwijze begint het gezamenlijke speelveld te verkennen en te vergroten door de belangen en percepties open op tafel te leggen. De koek wordt niet als gegeven beschouwd, maar eerst zoveel mogelijk opgerekt. Voor deze vorm van constructief onderhandelen (win-win, barnraising of Mutual Gains zoals Evers het nu noemt) is de aanwezigheid van een goede onafhankelijke professionele mediator wezenlijk. De stelling van Evers is dat duurzame ontwikkeling (wanneer komen we eindelijk eens van die term af) uitkomst is van deze begripvolle opbouwende manier van overleg. Het is overigens zijn ervaring dat de dimensie waar de meeste muziek in zit om tot resultaat te komen meestal niet de ecologische of economische, maar de sociale is.
En dit was dus de gemeenschappelijke noemer onder alle drie uitstekende inleidingen: duurzame ontwikkeling bereik je niet door vanuit de overheid te somberen over de ondergang van de wereld, maar door in dialoog met elkaar kansen te zoeken in de kracht van de samenleving. Verder nieuws, aankondigingen voor andere leerbijeenkomsten en meer verslag van deze bijeenkomst vindt u bij Senter Novem.
*)Hierbij laat het kabinet de terughoudende rol die het beleid tot nu toe kenmerkte varen: dus een duurzame leverancier bij aanbestedingsprocedures niet meer passeren uit vrees voor precedentwerking en concurrentievervalsing, het bezit van een bepaald fairtrade-certificaat stelselmatig als voorwaarde stellen. Zo is er weer hoop voor het FSC-vignet, de beste waarborg voor duurzaam hout, dat door bepaalde exporterende landen in Zuid-Amerika wel wordt geëist, maar door de Nederlandse overheid nog altijd niet als eis wordt gesteld bij het eigen aankoop- en investeringsbeleid, omdat er ook andere certificaten zijn of omdat de wet het gebruik van ander hout niet verbiedt.
Geschreven door Jan Schrijver