Het gebeurt niet vaak. Een vooraanstaande wetenschapper, Pieter Tops, en een uitstekende journalist, Jan Tromp, die samen een boek schrijven. Wie De achterkant van Nederland[1] leest, bekruipt het gevoel dat het vaker zou moeten gebeuren. Het levert immers een boek op dat tegelijkertijd interessant, leesbaar en goed onderbouwd is. Een soort kleine antropologie en historie van de onderwereld in, vooral, Brabant.

Centraal in het boek staan vormen van criminaliteit – zoals drugsproductie en - handel, witwassen, afpersing en bedreiging – die niet al te zichtbaar zijn in het dagelijkse leven maar die daar wel een grote impact op (kunnen) hebben. De bedragen die er in om gaan, zijn langzamerhand gigantisch. Schattingen van de illegale markten in Tilburg alleen komen uit op 800 tot 900 miljoen euro op jaarbasis; ruimschoots groter dan de Tilburgse gemeentebegroting. In sommige buurten en milieus is de ‘wietzolder’ volledig ingeburgerd. Wie niet meedoet, is dief van zijn eigen portemonnee. En, al dat illegaal verdiende geld zoekt ook weer bestemmingen in de legale bovenwereld: ‘je moet er toch iets mee’.

Ieder hoofdstuk is een min of meer op zich staande tekst, waarin telkens een ander thema aan de orde komt. Soms wordt ook een uitstapje buiten Brabant gemaakt. Ondermijnende criminaliteit en wat we daar aan kunnen en moeten doen is immers geen Brabants monopolie. Maar, de auteurs laten ook zien hoe diep de onderwereld wortelt in delen van die Brabantse samenleving en hoezeer dat ook te maken heeft met het verleden van een grensprovincie, waar smokkel – van boter, sigaretten en later ook drugs – in sommige milieus altijd een belangrijke inkomstenbron was.

Het interessante maar ook beangstigende van dit boek is vooral de beschrijving van de wijze waarop onderwereld en bovenwereld met elkaar vervlochten raken. Het illegaal verdiende geld – witgewassen of niet – zoekt een weg naar de bovenwereld. Criminelen verwerven zich op die manier ook een plek in de wereld van legaal bezit en legaal zaken doen. Althans ze proberen dat. Soms komen ze op die weg wel ambtenaren, politici en bestuurders tegen die hen de voet dwars proberen te zetten. Soms leidt dat dan tot ernstige vormen van bedreiging en geweld. Zo moest de toenmalige burgemeester van Helmond langdurig onderduiken en ging het gemeentehuis van Waalwijk in vlammen op; door brandstichting dat is zeker, maar door wie?.

Misschien nog wel beangstigender dan deze heel zichtbare vormen van geweld en intimidatie is de reële kans dat criminelen geld en contacten gebruiken om, bijna ongemerkt, politieke zetbazen naar binnen te smokkelen in gemeentebesturen. Ondermijning – bijvoorbeeld door het in het voordeel van illegale belangen beïnvloeden van de besluitvorming over bestemmingsplannen OF aanbestedingen -  wordt dan een heel concreet maar ook een heel lastig te bestrijden  probleem voor de bestuurlijke bovenwereld.
Natuurlijk komt in dit boek ook de vraag aan de orde of het openbaar bestuur wat kan doen aan de ondermijnende dreiging door criminelen. Interessant in dat verband is een hoofdstuk gewijd aan de wijze waarop in Rotterdam – door burgemeester Aboutaleb in het bijzonder – geprobeerd wordt bewoners alerter te maken op ondermijnende activiteiten in hun omgeving.

Aboutaleb’s kruistocht op buurt- en wijkniveau past goed bij de brede, samenhangende, aanpak van ondermijning die ook door Tops en Tromp wordt bepleit. Een louter strafrechtelijke aanpak is voor dit soort complexe maatschappelijke verschijnselen absoluut ontoereikend. De overheid zal naast strafrechtelijke instrumenten ook bestuursrechtelijke maatregelen moeten inzetten, zoals het weigeren of intrekken van vergunningen, Bibob toetsing, het sluiten van drugspanden en allerlei andere moderne burgemeestersbevoegdheden. Maar, het is ook van belang om de achterliggende sociale problematiek in buurten en wijken aan te pakken. Zolang bewoners weinig legale kansen hebben om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen, zal de verleiding om illegale wegen te kiezen levensgroot aanwezig blijven.

De achterkant van Nederland heet niet voor niets zo. De boodschappen in dit mooie boek hebben uiteindelijk een ruimere strekking dan alleen maar het Brabantse. Ook elders in het Nederlandse openbaar bestuur  valt er veel uit te leren.

[1] Pieter Tops en Jan Tromp, De achterkant van Nederland, hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2017. 256 pagina’s.

Over de auteur

Lex Cachet studeerde Sociologie aan de UvA en promoveerde in Leiden. Hij was, als universitair hoofddocent, verbonden aan de wetenschapsgebieden Sociologie en Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij hield en houdt zich vooral bezig met de thema’s politie, veiligheid en lokaal bestuur. Lange tijd was hij gemeenteraadslid in Capelle aan den IJssel. Momenteel is hij actief als bestuurder van een aantal stichtingen.