In 2008 schreven de Amerikanen Richard Thaler en Cass Sunstein de bestseller Nudge: een gedragseconomische spoedcursus in gedragsverandering door de omgeving (‘keuzearchitectuur’) subtiel aan te passen. Nudge waaide al snel over naar de beleidswereld in Nederland, en kreeg daar vervolg via invloedrijke adviesrapporten en nieuwe gedragseenheden (bijv. Behavioural Insights Teams bij EZ en IenM). Nu, een klein decennium later, stelt het meest recente Bestuurskunde nummer zich de vraag: hoe staat het ervoor met, inmiddels bekend Haags jargon, de toepassing van gedragskennis in beleid?

Het themanummer ‘Gedragskennis in bestuur en beleid’, geredigeerd door Thomas Schillemans en Gerdien De Vries, neemt op basis van een zestal artikelen uit de hand van zowel gedragswetenschappers als bestuurskundigen, de balans op van wat de aandacht voor gedragskennis in bestuur en beleid tot nu toe heeft opgebracht. Daarbij is er eerst aandacht voor de meer theoretische verbinding tussen de gedragswetenschap en de bestuurskunde, met onder meer een pleidooi voor de “gedragsbestuurskunde”. Vervolgens verschuift de focus naar de praktijk: hoe wordt gedragskennis momenteel al toegepast, door wie, en hoe is dat georganiseerd? Dat levert een beeld op van een opkomende mengelmoes van gedragsexperts en -eenheden, wiens praktijken lang niet zo simpel en uniform zijn als Nudge doet geloven, en niet los gezien kunnen worden van bredere ontwikkelingen, zoals evidence-based policy, network governance en meta-governance. Tenslotte kijkt het themanummer naar de vormen waarin gedragskennis toegepast kan worden. Het gaat dieper in op specifieke nudges en persuasieve technologieën, en adresseert relevante ethische vraagstukken (zoals privacy en autonomie) en onderwerpen voor vervolgonderzoek (zoals de lange-termijn werking van nudges).

Het themanummer brengt het actuele Nederlandse gedragslandschap in beeld, zonder daarbij oog te verliezen voor onderliggende vragen van meer academische aard. Daarmee zijn de opbrengsten interessant voor zowel beleidsprofessionals als onderzoekers. Beleidsprofessionals die meer willen doen met het toepassen van gedragskennis, maar niet weten waar te beginnen, kunnen leren van de gedragspraktijk anno nu, en al haar verschillende praktijken, werkwijzen, en organisatievormen. Zij krijgen dan oog voor de vele gezichten die het toepassen van gedragskennis kan hebben. Een eerste voorbeeld van die vele gezichten: waar sommige gedragsexperts vooral actief zijn tijdens beginfasen in de beleidscyclus (bijv. wanneer ze beleidsproblemen proberen te doorgronden), zijn anderen dat juist tijdens latere fasen (bijv. wanneer ze interventies ontwerpen en ex ante evalueren). En een tweede voorbeeld: waar sommige gedragsexperts vooral zelf nudges ontwikkelen en in die zin ‘directe keuzearchitect’ zijn, lijken anderen vanuit een rol als trainer, inspecteur of projectmanager veel eerder ‘keuzearchitect op afstand’. Voor de beginnende gedragsexpert zijn er dus vele wegen die leiden naar Rome.

Het themanummer maakt ook spanningen zichtbaar die ten grondslag liggen aan de toepassing van gedragskennis in beleid. Een eerste spanning die lijkt te bestaan is die tussen de foci, methoden en uitgangspunten die de bestuurskunde en de gedragswetenschap (en meer fundamenteel de psychologie) hanteren. Is het kruisbestuivingsproject van de ‘gedragsbestuurskunde’ eigenlijk wel te vervolmaken? Een tweede spanning die zichtbaar wordt is die tussen abstractie en daadwerkelijke toepassing. Het toepassen van gedragskennis vertrekt vanuit een rationeel-analytische kijk op beleid maken. Maar past dat eigenlijk wel bij de doorgaans onrustige, rommelige en politieke natuur van het beleidsproces?

Een rode draad die verder door de artikelen heen loopt, is de nieuwsgierigheid naar wat de toekomst gaat brengen voor de toepassing van gedragskennis. Duiden de huidige ontwikkelingen op (ietsje) meer van hetzelfde of juist op fundamentele veranderingen? In het themanummer worden de huidige ontwikkelingen zowel “bevestigd” als “gerelativeerd”. Aan de ene kant wordt gesteld dat er sprake is van “momentum”, een “betekenisvolle beweging”, of zelfs “een enorme vlucht”. Aan de andere kant wordt gesteld dat “de grote potentie van nudging nog niet verzilverd” is, de opbrengsten vooralsnog “bescheiden” en “onzeker” zijn, en

überhaupt vraagtekens kunnen worden gezet bij hoe vernieuwend het allemaal is. Voorlopig blijft het gissen naar de invloed van Nudge in Den Haag.

Besproken werk

Bestuurskunde themanummer ‘Gedragskennis in bestuur en beleid’, geredigeerd door Thomas Schillemans en Gerdien de Vries.

Auteur

Joram Feitsma (1990) studeerde Bestuurs- en Organisatiewetenschappen en Wijsbegeerte in Utrecht en St. Louis. Als promovendus bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) doet hij onderzoek naar de toepassing van gedragsinzichten in beleid. Momenteel is hij lid van het Behavioural Insight Team IenM.