Nationalisme. Typisch zo’n fenomeen dat bij Europese leiders doorgaans op weinig bijval kan rekenen. Niet voor niets hekelt de Europese Commissie graag het nationalisme bij lidstaten. Zo stelde de voorzitter van de Europese Commissie Juncker, in een recentelijk interview met NRC Handelsblad nog dat hij het gebrek aan Europese successen ‘’niet wijt aan de Commissie, maar aan sommige lidstaten die, ondergedompeld in hun nationale context, onvoldoende beseffen dat voor Europese problemen alleen maar Europese oplossingen mogelijk zijn’’ (Alonso, 2016).

Het is een voorbeeld van de ‘anti-nationalistische retoriek’ die in het Brusselse Europa overheerst. En er is vanuit dat ‘Brusselse’ perspectief veel aan gelegen om nationalisme te problematiseren. Het zou een probleem zijn van ‘enge perspectieven’ op het grotere probleem, van kleine nationale belangen die een gezamenlijke oplossing in de weg staan. Of zoals Juncker vervolgde: ‘’Europa is niet het probleem. Het zijn een aantal lidstaten die het spel van de solidariteit niet meespelen.’’

In een overtuigend artikel laat Vincent Della Sala (associate professor aan de Universiteit van Trento, Italië) zien dat de politieke mythen die ‘Europa’ gebruikt overeenkomstig zijn met de mythen die actief zijn in natiestaten en aldaar meestal bekend zijn als ‘nationalistisch’ (Della Sala, 2016). Dat nationaal-statelijke nationalisme is redelijk goed onderzocht en bekend. Zo observeert Van Reekum (2016) in een recent artikel een herarticulatie van Nederlanderschap, gevormd door burgerlijkheid en een populaire logica, en spreken Kesic en Duijvendak (2016) van een anti-nationalistisch nationalisme in Nederland, waarbij met name in de hoge cultuur een zwakke nationale identiteit wordt opgevoerd als kern van wat Nederlanders tot Nederlander maakt.

Della Sala kiest een ander object van onderzoek. Hij focust zich op ‘Europa’, op ‘Brussel’, en toont aan dat nationalisme niet voorbehouden is aan natiestaten. Een natie kunnen we definiëren als een imagined community, gebaseerd op een gevoel van saamhorigheid, zoals Benedict Andersson (1983/2006) dat beschreef, met ‘’een gedeeld verleden en in het heden manifesteert zij zich vooral in een tastbaar feit, namelijk het verlangen om het gemeenschappelijke leven voort te zetten’’ (Renan, in Wessels en Bosch, 2012). Als we een natie als zodanig beschouwen, dan is er meestal meer dan één natie per natiestaat. En het betekent ook niet dat naties louter voorkomen in natiestaten.

Allereerst toont Della Salla dat er ook in ‘Europa’ een duidelijk gevoel van een gedeeld verleden bestaat, een EU-oorsprongsmythe. Zoals Barroso zelf stelt: ‘’Only a few people question the foundational myth of the EU: that European integration was the result of a desire to overcome nationalism as the means to ensure stability and economic security on the continent’’. En hij vervolgt: ‘’Today the raison d’etre of our Union is the same as it was 60 years ago: to be freed from fears, mistrust and divisions; to share security, stability and prosperity. Those who say the peace narrative for European integration is a thing of the past need only look at Ukraine. Peace is never a given. Peace needs to be won over and over again through generations, through European unity’’ (Barroso, 2014, p. 23).

Daarnaast dient er een gemeenschappelijk heden te zijn dat tastbaar is. In ‘Europa’ is dat aanwezig in het geloof in ‘de gemeenschap van waarden’. Niet toevallig raakt dat geloof in die ‘Europese gemeenschap van waarden’ aan hoe de historicus Charlton Hayes nationalisme heeft omschreven, namelijk als politieke doctrine vervuld van superioriteitsgevoel en zendingsdrang. Om die reden heeft de eigen natie namelijk een bijzondere lotsbestemming in de geschiedenis der mensheid. Dit wordt onder meer geïllustreerd door EU Commissievoorzitter Juncker: ‘’Europa moet altijd meer doen dan de rest. Want Europa is Europa. We moeten bepaalde waarden, kwaliteiten en overtuigingen verdedigen, en we moeten de hele wereld ter inspiratie dienen. Dus ik hecht er erg aan dat we onze morele conventies overeind houden” (Alonso, 2016). Maar ook zijn voorganger Barroso stelde dat: ‘’The ideas of peace, democracy and respect for human dignity remain as compelling as ever for European integration, the most visionary political project in recent history. No other political construction to date has proven to be a better way of organizing life so as to lessen the barbarity in this world, and overcome war, dictatorship and extreme nationalism’’ (Barroso, 2014, p. 24).

Het artikel van Della Sala toont hoe Europa haar bijzonderheid propagandeert en zich – ondanks alle geografische ambiguïteit– toch weet af te zetten tegen andere omringende ‘naties’. Maar, in tegenstelling tot de nationaal-statelijke vertogen, is dit ‘Europese’ verhaal in zijn ogen niet geheel overtuigend. In haar poging om uit te leggen wat de Europese gemeenschap samenbindt is het gevangen in: ‘’A tension between a universal story of values and a particular appeal to define who belongs in the community. It is not clear who is the antagonist in this universal story and what resolution the characters are working towards” Hij besluit daarom met de vaststelling dat: ‘’The EU has sought to create political myths that will make ‘an ever closer union’ an identifiable form of political authority. Yet, despite eschewing the narratives of belonging conventionally associated with nation and state, it has, nonetheless, adopted the form and in some cases the content of some of the types of political myth that have characterised national experiences. [...] It is not just a question of imagining Europe; it is one of identifying the practices that make it right that citizens be governed by Europe’’ (Della Sala, 2016, p. 538).

Nationalisme is niet voorbehouden is aan natiestaten. De wil en de wens om tot een Europese gemeenschap te behoren getuigt niet zozeer van kosmopolitisme, multiculturalisme of Europeanisme, maar van een waarlijk nieuw Europees nationalisme. Niet het nationalisme van natiestaten, maar van ‘Europa’, ‘Brussel’ en de Europese Commissie zelf. Die vaststelling noopt ons tot een kritisch perspectief op het alom bekende Europese ideaal.

 

  • Alonso, S. (2016). Je moet in een democratie niet achter kiezers aanrennen. Interview JC Juncker. NRC Handelsblad. 09/01/2016
  • Andersson, B. (1983). Imagined communities. Reflections on the Origin and Spread of Nationalism. London & New York: Verso.
  • Barroso, J.M. (2014). The mind and body of Europe: a new narrative. European Union.
  • Della Sala, Vincent. "Europe's odyssey?: political myth and the European Union." Nations and Nationalism (2016). 22 (3) P. 524-541.
  • Kesic, J., Duyvendak, J.W. (2016).Anti-nationalist nationalism: the paradox of Dutch national identity. Nations and Nationalism (2016). 22 (3) P. 581-597.
  • Reekum, van R. (2016).Raising the question: articulating the Dutch identity crisis through public debate. Nations and Nationalism (2016). 22 (3) P. 561-580.
  • Wessels, L., Bosch, T. (red) (2012). Nationalisme, naties en staten. Europa vanaf circa 1800 tot heden. Vantilt: Nijmegen.

Auteur

Mark van Ostaijen is als docent en promovendus verbonden aan de Vakgroep Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.