De ogen en oren van de Tweede Kamer: de rol van vertrouwen in contacten met de maatschappij

In zijn etnografische schets van het informele besluitvormingscircuit rond het Haagse nieuwscentrum Nieuwspoort uit 2010 concludeerde [simple_tooltip content='Luyendijk, J. (2010), Je hebt het niet van mij, maar...’ Uitgeverij Podium.']Joris Luyendijk[/simple_tooltip] dat de macht in Den Haag bij een handjevol grote belangenorganisaties, een aantal topambtenaren, een aantal journalisten en een enkel Kamerlid ligt. Zijn observaties geven een beeld van publieke besluiten die vooral tot stand komen door wheeling & dealing, achterkamertjespolitiek en een old boys network met (meer dan) een goed glas wijn in Nieuwspoort. Het draait hierbij vooral om het informeel voorbereiden van publieke besluitvorming in een kleine kring van topambtenaren, lobbyisten en journalisten die elkaar vaak de bal toespelen. Slechts een selecte groep Kamerleden is hier deel van en de rest is meestal toeschouwer op de buitenste ring. En áls Kamerleden erbij betrokken worden, dan is het vaak vooral instrumenteel: om vooraf opgestelde moties of amendementen in te dienen, wanneer de wetsvoorstellen onder behandeling zijn in de Tweede Kamer of met uitzicht op een mooi media-optreden. Dit geeft een weinig optimistisch beeld van coöptatie van de Kamer als damage control in het wetgevingsproces.

Dit beeld komt ook terug in recente casuïstiek zoals  [simple_tooltip content='Zie: Driessen, C. (2015), ‘ING schreef wet voor Dijsselbloem’, NRC Next, 4 november 2015, cover; Dohmen, J. En Chin-A-Fo, H. (2016), ‘Oud-minister Ben Bot wil graag een afspraak’, NRC Handelsblad, 5 en 6 maart']de berichtgeving[/simple_tooltip] rondom de methoden van politieke beïnvloeding die Ben Bot zou hanteren of de Coco-affaire, waarbij grote financiële instellingen veel invloed op de ontwikkeling van wetsvoorstellen zouden hebben gehad. Dergelijke berichtgeving geeft dezelfde indruk van een kleine informele cirkel waarbij achter gesloten deuren publieke besluiten worden voorgekookt.

Professionalisering en transparantie van belangenbehartiging lijken vanuit het oogpunt van de voorgenoemde voorbeelden en observaties zonder meer een wenselijk streven. De assumptie die namelijk aan de meeste publieke debatten en mediaberichtgeving ten grondslag ligt, is dat de informele dimensie van publieke besluitvorming onwenselijk is, omdat dit leidt tot onevenredige invloed van een aantal grote en invloedrijke stakeholders. En in dat licht lijkt meer zichtbaarheid van de informele dimensie van het besluitvormingsproces een logische reactie. De meer feitelijke en fundamentele vragen die hieraan ten grondslag liggen, namelijk wanneer en waarom deze informele dimensie van publieke besluitvorming, en de wijze waarop Kamerleden daarbij betrokken zijn, inderdaad onwenselijk is, blijven vaak onbeantwoord.

Om uitspraken te kunnen doen over de rol van Kamerleden bij deze informele dimensie van publieke besluitvormingstrajecten moeten we eerst inzicht hebben in hoe Kamerleden informatie ontsluiten om tot hun standpunten te komen en hoe ze daarbij [simple_tooltip content='Ik vat het begrip stakeholders ruim op: van koepelorganisaties zoals VNO-NCW, NGO’s zoals greenpeace of individuele public affairs professionals die namens clienten de belangenbehartiging voor hun rekening nemen.']stakeholders[/simple_tooltip] betrekken.  [simple_tooltip content='onderzoek naar informatiestromen en stakeholder betrokkenheid bij Tweede Kamerleden dat ik uitvoerde in samenwerking met Public Matters']Recent onderzoek [/simple_tooltip]naar informatievoorziening onder Tweede Kamerleden legt daar iets meer van bloot.

Uit de online-survey onder Tweede Kamerleden uit dit onderzoek, aangevuld met expertinterviews met oud-Kamerleden en public affairs professionals, komen een aantal interessante patronen naar boven. Kamerleden die deelgenomen hebben aan het onderzoek geven aan dat nuttige informatie voor hun standpuntbepaling niet alleen technische expertise is, maar vooral de juridische en maatschappelijke consequenties van wetsvoorstellen en beleidsmaatregelen en het draagvlak binnen de branche of sector hiervoor. Daarnaast beoordelen Kamerleden de geloofwaardigheid van stakeholders niet alleen op basis van de kwaliteit van de geboden informatie, maar ook op basis eerdere ervaringen en het vertrouwen dat ze in de stakeholders hebben. Uit de interviews komt het opgebouwde vertrouwen tot uiting als belangrijke manier om de kwaliteit van de aangeboden informatie te kunnen doorgronden binnen een kort tijdbestek. Zoals een oud-Kamerlid het verwoordt: “In de loop der jaren leer je bronnen kennen en binnen die bronnen weer bepaalde mensen en dat bepaalt dan vaak de waarde die je aan de informatie hecht. In het begin kom je daar niet aan toe, ken je het terrein nog niet zo goed, weet je ook nog niet welke thema’s er belangrijk zijn, dat er vaak meerdere kanten zijn.” De grootste uitdagingen die Kamerleden ondervinden in het ontsluiten van informatie is een combinatie van tijdgebrek, te weinig adequate ondersteuning en een informatie-overload.

Het belang van vertrouwen, inzicht in draagvlak en een chronisch tijdgebrek kunnen ertoe leiden dat dat de contacten tussen Kamerleden en maatschappelijke estakeholders binnen een relatief beperkte kring van bekende stakeholders plaatsvinden.

Belangenhartiging als parlementaire evenwichtskunst

Uit bovenstaande beknopte samenvatting van het rapport blijkt eigenlijk al dat op de vragen of en wanneer de betrokkenheid van Kamerleden bij informele contacten rondom publieke besluitvormingstrajecten onwenselijk is, niet een simpel antwoord te geven is. Voor individuele Kamerleden en fracties is het logisch dat in de contacten met stakeholders een bepaalde prioritering plaatsvindt. De beperkt beschikbare tijd versterkt een uitfiltering van contacten, en daarmee wordt de rol van vertrouwen ook groter. Op individueel niveau kan dat problematisch worden als er onder tijdsdruk geen zuivere belangenafweging meer kan plaatsvinden door een uitsluitingseffect: vanwege tijd en onbekendheid komen andere relevante perspectieven niet aan bod. Op het niveau van de hele Tweede Kamer wordt het problematisch als bepaalde belangen zich geen toegang tot de Haagse politiek kunnen verwerven omdat ze de weg niet kunnen vinden.

Daarmee lijkt een steeds grotere rol voor de professionaliteit van het individuele Kamerlid in de afweging van belangen te zijn weggelegd. En daar doet zich een paradox voor. Enerzijds wordt de nuance in het politieke debat en publieke besluitvorming steeds belangrijker gegeven de complexiteit (en internationale en Europese dimensies) van de meerderheid van de wetgevingstrajecten. Hoe politiek onhandig ook, een quick fix bestaat voor het gros van de politieke kwesties simpelweg niet. Tegelijkertijd maken een aantal ontwikkelingen zoals de huidige mogelijkheden van (nieuwe) media, het relatief snelle personeelsverloop in de Kamer en de dominantie van de politieke flanken, simpele stellingnames die geen recht doen aan de werkelijkheid vele malen makkelijker en aantrekkelijker. Dat maakt het onderhouden en aanboren van contacten met een divers scala aan stakeholders en een zorgvuldige belangenafweging op basis van hun inbreng noodzakelijk voor effectieve en legitieme wetgeving, maar in politiek opzicht lastig te verkopen. Slow political representation is bepaald uit de mode. En dat is in het licht van democratische en kwalitatief hoogwaardige publieke besluitvorming geen onverdeeld positieve ontwikkeling.

s2Member®