Marktwerking in de zorg staat weer volop in de aandacht nu het 10 jaar geleden is dat de Zorgverzekeringswet is ingevoerd. Is het een efficiënt systeem om de zorg te organiseren? Heeft het systeem betere kwaliteit gebracht? Vele minder aandacht is er voor de grote onvrede onder medewerkers die vinden dat ze niet meer hun werk goed kunnen uitvoeren, door druk van zorgverzekeraars, registratiedruk en verkeerde financiële prikkels.

Beter dan over marktwerking kunnen we het hebben over prestatiesystemen waarbij externe doelen worden gesteld die gekoppeld zijn aan, vaak financiele, prikkels. In de zorg neemt dit de vorm aan van diagnose-behandeling combinaties. Wereldwijd zien we zulke systemen in de zorg, onafhankelijk van of het systeem publiek of privaat gefinancierd en gestuurd wordt. Hoewel zulke systemen de zorg transparanter kunnen maken door beter inzicht te geven in de kosten en prestaties in de zorg, schieten ze op twee punten tekort waardoor het dagelijks handelen van zorgprofessionals onder druk komt te staan.

Allereerst is zorgverlening te complex om volledig en accuraat te vangen in prestatiedoelen en indicatoren. Om toch goed inzicht te krijgen worden meer en meer indicatoren ontwikkeld waar ook data over moet worden verzameld, met hoge administratielasten voor zorgprofessionals tot gevolg. Daarnaast hebben professionals zich moeite met zich identificeren met de gestelde doelen omdat ze er vaak geen controle over hebben. Mortaliteitscijfers zijn hiervan een goed voorbeeld. Zo kunnen ziekenhuizen geen controle uitvoeren over de complexiteit van patienten die ze binnen krijgen, noch over wat patienten doen zodra ze weer thuis zijn. Dat hierop wel wordt afgerekend lijdt tot frustraties onder zorgprofessionals.

Ten tweede is het systeem gebaseerd op een medewerker die rationeel vanuit zijn of haar eigenbelang werkt. Als men goed werk levert en de doelen haalt krijgt men extra middelen, anders volgt er ‘straf’ via verminderde inkomsten en wellicht het moeten ontslaan van medewerkers. Maar de zorg steunt juist op de intrinsieke motivatie van medewerkers die zij halen uit het plezier in het werk, het kunnen helpen van patienten en het kunnen bijdragen aan de maatschappij. Door deze mismatch hebben professionals het gevoel dat ze wantrouwd worden. Daarnaast kunnen zulke extrinsieke prikkels de intrinsieke motivatie schaden en professionele normen aantasten.

Welke stappen kunnen ondernomen worden om de negatieve gevolgen van externe prestatiesturing voor de werkbeleving van medewerkers in de zorg tegen te gaan? Allereerst blijkt dat medewerkers baat hebben van het betrokken zijn bij de ontwikkeling van de doelen en prestatie indicatoren. Hierdoor kunnen ze zich beter identificeren met de doelen en krijgen de administratieve lasten meer nut. Tot slot werken zachte prikkels gericht op professionele normen beter dan harde financiële prikkels als we willen dat leerprocessen op gang komen. De zorgprofessionals zijn de drijvende kracht achter de kwaliteit van zorg. Meer aandacht voor de hun werkbeleving en hoe deze te verbeteren draagt bij aan een beter functionerende zorgsector.