Gastbijdrage: Ank Michels

De afgelopen twee jaar zijn er in Nederland tal van lokale G1000’en en andere vergelijkbare burgertoppen georganiseerd. De burgertoppen willen burgers zeggenschap geven over een eigen agenda voor de stad, maar ook invloed geven op het lokale beleid. In navolging van de G1000 in België, waarvan de Belgische schrijver David van Reybrouck een van de organisatoren was, waren er G1000’en in Amersfoort, Uden,  Kruiskamp (een wijk in Amersfoort), Groningen, Nijmegen en Schiedam. Vergelijkbare  burgertoppen waren er onder meer in Amsterdam, Maastricht (over gezondheidszorg), en Utrecht en Den Haag (over duurzaamheid). Maar wat betekent deze ontwikkeling voor de lokale democratie? Samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht, de Universiteit Leiden, en de Vrije Universiteit Amsterdam, heb ik het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de G1000.

Een van de drijvende krachten achter een aantal van deze lokale burgertoppen is het Platform G1000 uit Amersfoort. Naar aanleiding van de eerste ervaringen met  G1000’en ontwikkelde het Platform zeven principes. Twee daarvan zijn loting en een open agenda.

De gedachte achter loting is dat iedereen de kans maakt om mee te doen, ongeacht opleiding en kennis. Elke mening is waardevol en telt. Gezegd moet worden dat niet bij alle G1000’en of burgertoppen is geloot. Maar waar dat wel is gebeurd zoals in Amersfoort, Groningen en Kruiskamp, leverde dat niet het gewenste effect op. Hoewel duidenden mensen werden ingeloot, bleef het aantal aanmeldingen steken op ongeveer 5%. Dat betekent dat 95% van de mensen die ingeloot waren zich niet geroepen voelde om mee te doen. De mensen die wel zijn gekomen lijken in een aantal opzichten sterk op elkaar. De typische deelnemer aan alle onderzochte burgertoppen is geboren en getogen in Nederland, ouder dan 50 jaar, en heeft een hbo- of academische opleiding.

Waarom zoveel mensen die zijn ingeloot niet deelnemen aan een G1000 blijft gissen. Maar het zou wel eens te maken kunnen hebben met een ander principe van de G1000, het werken met een open agenda. Aan de deelnemers wordt gevraagd wat zij belangrijk vinden voor de stad in de komende vier jaar, wat daarvoor moet gebeuren, en wat ze zelf daaraan gaan bijdragen. Er is niet één concreet probleem dat door veel burgers als urgent wordt ervaren. De open agenda draagt ertoe bij dat zeer uiteenlopende onderwerpen aan de tafels worden besproken. De uiteindelijk gekozen onderwerpen hebben vaak betrekking op elkaar ontmoeten, groen en duurzaamheid, sociale samenhang, en verkeersveiligheid.

Met sommige thema’s die uit een G1000 komen, kunnen burgers zelf prima aan de slag. Andere thema’s doen een beroep op de gemeente(raad). Maar nergens vonden wij dat de resultaten van de burgertoppen op de agenda van de raad zijn gekomen of vertaald zijn in lokaal beleid. Het dubbele karakter van een G1000, namelijk een combinatie van een burgertop die voorstellen doet waarmee burgers zelf aan de slag gaan en een burgerraad die adviezen geeft aan de politiek, heeft ervoor gezorgd dat de relatie met de de gemeenteraad en het bestuur onduidelijk is. Terwijl politici niet het idee hebben dat ze iets moeten met de voorstellen uit G1000, verwachten veel deelnemers dat de gemeente wel moet luisteren als zoveel mensen zich uitspreken.

Als een G1000 leidt tot nieuwe activiteiten en initiatieven van burgers en nieuwe sociale netwerken, is dat een mooi resultaat. Maar als een G1000 ook een nieuw democratisch instrument wil zijn dat ook politieke doorwerking heeft, dan zal er meer aandacht moeten zijn voor de relatie met de gemeenteraad. Voor de legitimiteit van het instrument is het dan bovendien van groot belang om meer diversiteit van de deelnemersgroep te realiseren.

 

Ank Michels is als docent en onderzoeker verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zij deed onderzoek  naar de G1000. Het boek dat de weerslag is van dit onderzoek verscheen in maart van dit jaar: Geerten Boogaard en Ank Michels (eindredactie), Job Cohen, Peer Smets, Harmen Binnema en Marloes Vlind (2016). G1000. Ervaringen met burgertoppen. Den Haag: Boom bestuurskunde