Als ik op een druilige zaterdagochtend mijn mailbox open lees ik een bericht dat platform-O binnenkort van start gaat. Ik had er al van gehoord, maar blijkbaar is nu echt zo ver. Doormiddel van ‘columns en artikelen van wetenschappers, ambtenaren uit verschillende overheidslagen en professionals uit de praktijk’ hoopt het platform een brug te slaan tussen wetenschap en openbaar bestuur. De poteniele voordelen van dit platform zijn enorm. Massa’s studies laten zien dat innovatie het beste tot stand komt via informele netwerken zoals het internet. Daarnaast geven vele studies aan dat nauwere betrokkenheid bij de organisatie en meer sociale verbanden (zeker ook online) tot meer arbeidsvreugde en betere prestaties leidt. Kortom, als platform-O een succes wordt levert dat ons een betere werkomgeving op en een verhoging van de kwaliteit van de wetenschap en het openbaar bestuur.

Een prachtig uitgangspunt, denk ik in eerste instantie, maar als wetenschapper ben ik ook getraind direct sceptisch op ideeën te reageren. Hoe mooi ze ook mogen klinken. In dit geval ook niet zonder reden, zo bedenk ik me, omdat het internet immers begraven ligt met ‘goedbedoelde ideeën’. Ik neem me voor de overlevingskansen van Platform-O eens onder de loep te nemen. Omdat ik zeker geen expert ben op dit gebied, maar wel mijn weg ken binnen de academische literatuur, vormde mijn vrije zaterdag zich langzaam om in een zoektocht naar de succesfactoren van online-platforms. Het geluk wil dat er enorm veel onderzoek naar dit onderwerp is gedaan, omdat er vanuit de samenleving veel interesse voor dit onderwerp is (zeg nou eerlijk, wie wil er nou niet de nieuwe Mark Zuckerberg zijn?).

Wat heb ik kunnen ontdekken? Ten eerste helpt het bij het opzetten van een nieuw platform als je de eerste bent. Het zogenaamde ‘first-mover-advantage’ is rijk beschreven in de marketing literatuur en kan vrijwel één-op-één worden toegepast op internet startups. Diegene die als eerste de markt betreden hebben vele voordelen (technologie voorsprong, herkenbaarheid naar klanten, enzovoorts) ten opzichte van nieuwe aanbieders. Als je gelukt hebt wordt de naam van je bedrijf zelfs de naam van het product dat je aanbiedt (Chocomel, Brinta, Lego) of de dienst die je aanbiedt (Googelen). In het geval van Platform-O ziet dit er gunstig uit. Er is geen andere aanbieder en het feit dat er geen winstoogmerk is maakt de kans ook klein dat er een potentiele ‘rivaal’ op zal staan. Eerste punten binnen voor Platform-O denk ik rond 12 uur.

Een tweede factor lijkt ook gunstig voor Platform-O. Om een succes te worden moet een platform een daadwerkelijke behoefte vullen. Dit lijkt inderdaad het geval te zijn. Vanuit de wetenschap ken ik deze behoefte maar al te goed en is er veel interesse om onderzoeksresultaten te delen. Daarnaast, zou ik dolgraag meer willen weten over de visie van ambtenaren op het openbaar bestuur, ideeën over beleidsknelpunten, of wensen voor academisch onderzoek. Aan de kant van het openbaar bestuur, zo heb ik me meermalen laten vertellen, is er ook de wens om beter op de hoogte te blijven van de laatste wetenschappelijke inzichten. Zeker als dit in ‘normale mensentaal’ wordt gepresenteerd en dus direct gebruikt kan worden door ambtenaren en andere professionals uit de praktijk. Mooi, concludeer ik tevreden, aan deze voorwaarde lijkt Platform-O ook te voldoen.

Ik ga verder. Wat online-platforms verder uniek maakt van offline-platforms is dat het sociale functies stimuleert die anders heel moeilijk of enkel heel kostbaar tot stand zouden komen. Denk bij het eerste aan mensen met vreemde hobby’s. Als u rotte kiezen verzamelt ligt het niet voor de hand dit aan collega’s te vragen, maar op het internet vindt u vast en zeker een partner-in-crime. Ook hier is de uitgangspositie voor Platform-O goed. Offline is het lastig om in de drukke agenda’s van ambtenaren en wetenschappers een plek te vinden om elkaar te ontmoeten, laat staan tot nieuwe inzichten of samenwerkingsverbanden te komen. Aan de andere kant, zo realiseer ik me, nodigt de vaak gortdroge academische literatuur ook niet echt uit om regelmatig doorheen te bladeren voor een niet-kenner. Kortom, waar de interactie tussen wetenschap en praktijk in de ‘echte wereld’ vaak beperkt is, is deze online vrij makkelijk te organiseren. Wederom punten voor Platform-O schrijf ik in mijn notities.

De start lijkt dus veel belovend, maar een goede uitgangspositie is zeker geen garantie voor succes zo lees ik verder in de literatuur. De literatuur omtrent blijvend succes is overigens minder eenduidig dan de literatuur rondom startups. Hier lijkt het aloude principe ‘het is moeilijker om aan de top te blijven dan er te komen’ te gelden. Toch springen er na wat doorlezen twee factoren uit. Een eerste succesfactor, die in het bijzonder van toepassing is op kennis-platforms, is de kwaliteit van de contributies en de overloop snelheid. Voor het eerste, de kennis moet actueel zijn en geschreven zijn door specialisten. Logisch, een telecom site die enkel oude versie van de IPhone bespreekt zal inderdaad geen lang leven beschoren zijn. Maar een website die nieuwe IPhone ’s laat evalueren door digibeten zal ook een beperkte houdbaarheid hebben. Misschien zou het als komische site werken, maar toch niet als kennis-platform. Daarnaast moet er voldoende content zijn. Een nieuwsite met maar één bericht per week – hoe kwaliteitsvol dit bericht ook mag zijn – heeft weinig kans van slagen omdat mensen simpelweg het bestaan van de site blijken te vergeten.

Een tweede cruciale factor voor het blijvende succes van een online-platform die ik steeds tegenkom is dat mensen actief deel nemen aan het platform. Om een voorbeeld te geven. Mikolaj Piskorski van Harvard University, een van de autoriteiten op dit gebied, kwam in een onderzoek onder 500,000 deelnemers van dating-sites tot de conclusie dat de meest succesvolle dating-sites deelnemers aanbeveelt als match. Dus, Guusje, Anne, en Lotte worden in contact gebracht met Leo. Het succes van deze methode light echter niet in de kwaliteit van de match (dus of een van de dames ook daadwerkelijk past bij Leo). Nee, het werkt omdat het contact tussen deelnemers stimuleert en dit contact er voor zorgt dat mensen terug komen. Uiteindelijk komt een goede match dan vanzelf bovendrijven (volgens de wet van de grote getallen). Ik realiseer me dat het voor het succes van platform O eigenlijk niet anders is. Als we zinnige kennis willen produceren, moeten we niet achterover leunen tot we iets interessants tegen komen, maar veelvuldig met elkaar in contact treden. Wellicht leidt het in eerste instantie tot niets, maar uiteindelijk komt er dan vanzelf wel een zinnig contact tot stand.

De conclusie na een interessante dag struinen door wetenschappelijke literatuur (ik bedenk me: zou er ook een website zijn voor mensen die dit leuk vinden om te doen?) is dat platform-O een goede kans maakt en kan uitgroeien tot een belangrijke schakel tussen openbaar bestuur en wetenschap. Maar, ik realiseer me tegelijkertijd ook dat een goede start niets betekent zonder goed vervolg. Het positieve nieuws is dat we het succes enigszins lijken te kunnen sturen. Ten eerste moeten we zorgen dat er een continue en hoogwaardige stroom van informatie op gang komt. Ik zou zeggen, schroom dus niet om uw expertise te delen op het platform. Daarnaast zou het helpen als deelnemers niet enkel passief deel nemen, maar actief het platform ondersteunen door bijvoorbeeld te reageren op elkaars bijdrage. Nogmaals, het is geen garantie voor succes, maar het maakt de kans dat er straks een kruisje komt te staan op dit unieke initiatief wel vele malen kleiner.