Eind 2015 zagen twee zogenaamde ‘lobby-schandalen’ het licht: de vermeende invloed van de Nederlandse banken op financiële wetgeving en de veel besproken invloed van de auto-industrie in Europa. De oplossing voor dergelijke schemerige lobbypraktijken wordt vaak gevonden in het transparanter maken van ‘de lobby’. De initiatiefnota van PvdA-Kamerleden Bouwmeester en Oosenbrug Lobby in Daglicht omvat verschillende maatregelen, o.a. een lobbyregister waarin namen van lobbyisten openbaar gemaakt worden en het publiceren van de agenda’s van minsters, toezichthouders, etc. Ook de recent aangenomen motie van Van Gerven en Oosenbrug over een wettelijk verplichte lobby paragraaf staat de relatie tussen transparantie en inzicht in beleidsbeïnvloeding centraal. De achterliggende redenering is dat meer transparantie inzichtelijk maakt met wie er gesproken is, wie er inbreng geleverd heeft en dus wie er invloed heeft uitgeoefend.

Klinkt plausibel. Toch kun je je bedenkingen hebben bij deze veronderstelde relatie tussen transparante lobby en beleidsbeïnvloeding. Ten eerste veronderstelt de redenering dat daglicht (transparantie) de beste remedie tegen beïnvloeding is dat iedereen over dezelfde kennis en expertise beschikt: iedereen moet namelijk in gelijke mate op de hoogte zijn van de ins & outs van een bepaald wetsvoorstel. Alleen dan is het mogelijk  om de voorgestelde maatregelen op waarde te schatten en dus om te beoordelen of er sprake is van oneigenlijke beïnvloeding.  We weten dat dat zeker niet altijd het geval is, alleen al vanwege de [simple_tooltip content='zie het uiterst leesbare boek: Lobbying and Policy Change van Frank Baumgartner c.s. uit 2009']technische en juridische complexiteit[/simple_tooltip]van veel wetgevingstrajecten.

Ten tweede wordt verondersteld dat als inbreng van bepaalde organisaties overeen komt met een uiteindelijk wetsvoorstel dat dit automatisch beïnvloeding betekent. Dat kan, maar hoeft zeker niet. Het veronderstelt namelijk dat invloed een-op-een meetbaar is. En wat we uit veel sociaal-wetenschappelijk onderzoek weten is dat dat maar in beperkte mate zo is. Vergelijk het volgende voorbeeld. Stel, jij vraagt mij mee om te lunchen en ik had al honger en was daarom al van plan te gaan. Dan zegt mijn instemming om met jou mee te gaan niet zoveel over jouw overredeningskracht, maar geeft het aan dat jouw suggestie samenviel met iets wat ik zelf [simple_tooltip content='zie voor meer voorbeelden: Lowery, D. (2013) lobbying influence: meaning, measurement, and missing']al van plan was[/simple_tooltip]. Dat is eigenlijk geen invloed, en dat wordt vaak wel gesuggereerd.

Ten derde suggereren initiatieven zoals Lobby in Daglicht dat de invloed van lobbyisten aan te tonen is met een zogenaamde ‘snapshot:’  acties van lobbyisten vandaag voorspellen invloed van morgen. Dit gaat voorbij aan het feit dat inbreng in eerdere (of latere) stadia van het beleidsproces veel doorslaggevender kunnen zijn. Het échte werk zit namelijk vaak al in een veel eerder stadium of op aanpalende dossiers, bijvoorbeeld in het op de agenda krijgen (of er juist van afhouden) van bepaalde beleidskwesties. Het uitoefenen van invloed wordt daarmee een meerjarenplan en meersporenbeleid. En inzicht in agenda’s van de minister helpen dan heel beperkt om invloed inzichtelijk te maken. Afspraken die op een bepaald moment in de agenda staan, soms gerelateerd aan andere kwesties, kunnen pas vele maanden (of jaren) later tot uiting komen in de uiteindelijke beleidsuitkomsten. Of niet. Het buiten beschouwing laten van het meervoudige en langdurige karakter van veel wetgevingstrajecten, leidt tot onjuiste conclusies over de invloed van lobbyisten.

In de voorstellen voor transparante lobby worden deze drie (en andere) aspecten vaak niet meegenomen. Dat wil overigens niet zeggen dat dergelijke initiatieven geen zin hebben. Als de initiatiefnota wordt aangenomen dan zal het gedeeltelijk laten zien wie er toegang heeft tot de politieke en bestuurlijke instanties in Den Haag, wat de dagbesteding van ministers, Tweede Kamerleden, toezichthouders e.d. is, en wie wat vindt van bepaalde beleidsvoorstellen. Dat is absoluut relevant in democratisch opzicht, omdat het inzicht biedt in wie er allemaal (niet) actief zijn in politiek Den Haag. Het zegt dus veel meer iets over hoe (en hoe vaak) maatschappelijke organisaties en bedrijven politiek actief zijn, dan dat het daadwerkelijk iets zegt over invloed. Daar zijn andere instrumenten voor nodig. Kortom, transparantie is een goed begin om invloed van lobbyisten inzichtelijker te maken, maar er is meer nodig dan dat.